Guus en Sandra 3 maanden on the road - Met de camper door Bosnië

3 mei 2019 in Bestemmingen, Ervaringen, Bosnië & Camperreisverhalen

Kroatië verlaten we even. We zien namelijk ook graag een stuk van Bosnië. En om nou eerst naar Dubrovnik te koersen en dan weer terug naar boven om Bosnië te verkennen… dat noemen we bezigheidstherapie;).

De eerste meters

De weg naar de grensovergang leidt door een stukje niemandsland. In de verte doemt de grens op. Het ziet er BEHOORLIJK uit. We sluiten aan. Eerst gaan de twee rijen gelijk op, dan stokt het in onze rij. Een auto wordt uitgebreid gecontroleerd, tot grote ergernis van een Bosniër voor ons. Hij zwiert en zwaait met zijn armen, loopt naar het douanehokje (doet waarschijnlijk zijn beklag), komt stampvoetend terug om vervolgens zijn verhaal woedend aan een onschuldige vrouw mede te delen. Ach, voor ons was het vermakelijk theater;).  

Als de rij weer rolt, gaat het vlot. Ook onze controle stelt niet meer voor dan de normale dubbele paspoortcontrole. 40 minuten later glijden de eerste meters Bosnisch asfalt onder ons door.
In Bosnië hebben ze de Bosnische Mark. We houden onze ogen open voor een pinautomaat. Die is snel gevonden. 10 Bosnische Marken = 5 euro. Dat rekent lekker makkelijk. In de supermarkt die ernaast ligt, doen we wat inkopen. De keuze is reuze. Bijzonder voor ons; 25 kilozakken meel liggen hier op pallets in de winkel. Het groente en fruitaanbod is beduidend minder, dat merkten we ook in Kroatië. De basis is er, daar kunnen we mee vooruit. Beetje creatief koken hoort erbij. Bosniërs zijn echte carnivoren en ook dat is goed terug te zien. Zowel in aanbod, als in prijs. Twee ons vleeswaren €0,50, twee kippenbouten €1,15. Kaas daarentegen is een stuk duurder.

Nadat we met handen en voeten betaald hebben, reizen we door naar Bihac. Tussen de fruitbomen parkeren we de camper op Camp Kiro. Het uitzicht over de rivier met een kleine waterval is prachtig. Ruzie met de buren krijgen we niet, we zijn wederom de enige.

Goboony Guus en Sandra bosnieGoboony Guus en Sandra bosnie

Eerste kennismaking met Bosnië

Bij het ontbijt krijgen we bezoek. Een kleine zwerfhond hoopt iets te ritselen. Op gepaste afstand zit ze naast de tafel. Ze kijkt met haar meest trouwe en zielige blik. We noemen haar Tito. Helaas voor Tito hebben we geen hondenbrokken op de ontbijttafel staan.

Op de fiets naar Bihac, waar we de Fethija moskee bekijken. De enige in gotische stijl. De Fethija is eind 1300, begin 1400 als kerk gebouwd. Met de komst van de Turken in 1592 is de kerk ‘verbouwd’ tot moskee en noemde het Fethija – de veroverde. Dat het eerst een kerk was, is nog duidelijk zichtbaar. In de verte zien we een hoge toren. Er is niet meer veel van over. Aan de achterkant is te zien dat ook dit eerst een kerk was. De toren is veel later er tegenaan gebouwd. Op hetzelfde terrein ligt een oud mausoleum en een creepy graf met een vriendelijk doodshoofd erop. Door heel Bosnië zie je aanplakbiljetten van overledenen. Op bomen, bij bushaltes, het is de krant van de doden zullen we maar zeggen. Voordat we terug fietsen, testen we een lokaal drankje; Boza. Omschrijving: zoet, zuur, met vitamines A, B, D en E, zonder alcohol.  Zoet – klopt, zuur – klopt, - vitamines – kan best, niet ontdekt, zonder alchohol – kan, al smaakt het wat ons betreft naar bier. Conclusie: op een hele zomerse dag, zal het vast lekker zijn.

Goboony Guus en Sandra Bosnië

De zon is er weer vroeg bij vandaag, dus wij ook. Speciaal voor Tito een korstje brood, alleen is ze in geen velden of wegen te bekennen. We leggen het bij een boom, dan vindt ze het vast een keer. Wij pakken de boel in en reizen verder naar Jajce. Vlak voordat we vertrekken, komt ze toch nog even buurten. Wat een geluk voor haar. We geven de boterham, deze gaat erin als zoete koek. Waarschijnlijk heeft ze nog niets gehad vanmorgen. Tussen de fruitbomen door rijden we de camping af.

Goboony Guus en Sandra Bosnië

Van de weg geplukt

We kijken om ons heen en genieten volop van wat we zien. Enorme uitgestrekte vlaktes, waardoor we het idee krijgen dat we in Mongolië rijden. Dan weer prachtige bergen en zó groen. Het is warm vandaag, 28°C, maar het waait zo hard dat de ramen niet tegelijk open kunnen. We waaien spontaan de camper uit;). Iets na een kruising staan agenten. Bingo! Of we aan de kant willen parkeren. Natuurlijk! De agent begint enthousiast in het Bosnisch, maar dat gaat ‘m niet worden. Duits? Yep! Kenteken en rijbewijs wil hij zien. Momentje, die moeten we in de camper pakken. ‘Doe rustig aan, ik heb tijd zat en jullie volgens mij ook’ zegt hij lachend. Hé, een agent met humor!☺ Hij vraagt hoe lang we al in Bosnië zijn en wat ons plan is. Hij wordt nog enthousiaster als hij hoort dat we via Jajce naar Sarajevo willen. Hij checkt de gegevens. Volgens Guus wilde hij alleen weten hoe oud de chauffeuse was. Nog even een kiekje, een laatste lach en onze wegen scheiden zich weer.

Goboony Guus en Sandra Bosnië politieman

Bij Mrkonjic Grad doemt een orthodoxe kerk op, waarvan de koepels zo blinken dat je er bijna lasogen van krijgt. We draaien af om de kerk van dichtbij te bewonderen. Bij de poort blijven we even staan. Een man die de wierookpot zit te poetsen laat weten dat we door mogen lopen. Met handen en voeten praten we met hem. Hij verstaat wel Engels, maar spreekt het niet. Hij maakt ons duidelijk dat we de kerk in mogen. We checken of de korte broek oké is. Geen probleem. Wow, dat is gastvrij!

De kerk is adembenemend. Wat een kleuren. Alle uitingen op de wanden en plafonds zijn gemaakt van mozaïek. We worden er stil van. In Ljubljana (Slovenië) bezochten we ook een orthodoxe kerk. Daar werden we eerder depressief van, zo donker. Deze is geweldig. Met behulp van Google translate hebben we nog een kort gesprek. Toch handig zo’n techniek. We bedanken hem en rijden verder richting Jajce.

Het is even zoeken voordat we camping jeugdherberg Jajce vinden, dus ‘crossen’ we twee keer onder de tunnel van de oude stadsmuur. We zijn een ware attractie. Mensen kijken verschrikt en geloven niet dat het past. Ik heb het volste vertrouwen in de stuurmanskunst van Guus… en terecht!

Goboony Guus en Sandra Bosnië kerkGoboony Guus en Sandra Bosnië kerkplafond

Open Bosniërs

Jajce is een kleine stad. We verwennen ons met een eerste ijscoupe (€1,- per stuk). Het kan niet tippen aan ijssalon Clevers, maar lekker is het zeker. Hoe verder we landinwaarts zijn in Bosnië, hoe opener de mensen. In Bihac zijn ze gesloten, beetje argwanend misschien. Het is fijn te ervaren dat mensen het leuk vinden om een praatje te maken.

In de stad zien we de eerste monumenten ter nagedachtenis aan de oorlog van 1992-1995. De monumenten worden zwaar bewaakt door alle zwerfhonden. Sommige lijken meer op een klittenbol dan op een hond. Een groep studenten geeft ze eten en aait ze zo fijn, dat ze op hun rug gaan liggen met de pootjes in de lucht. En vanavond…‘Waar heb ik toch zo’n jeuk van?!’;)

We wippen een supermarkt binnen. Mijn goeie god, wat een winkel, wat een assortiment. Nederland is er jaloers op. Guus vraagt aan een medewerkster waar de wijn te vinden is. Helemaal blij loopt ze met hem mee en begint in het Duits tegen hem aan te praten. Guus vraagt hoe het kan dat hier zoveel mensen goed Duits spreken. In de oorlog zijn veel mensen gevlucht naar Duitsland. Zelf heeft ze er vier jaar gewoond, dat is de reden. Voor ons heel handig.  Als ze wegloopt bij Guus, vliegen drie collega’s haar direct aan. Alsof ze een date heeft gehad, waarover ze alles willen weten. Voordat we de toko verlaten wordt er nog een paar keer contact gezocht en wat gezegd. Het is serieus aandoenlijk om te zien. Ach, als je op deze manier iemand het gevoel kan geven van – Make My Day -, wie zijn wij dan om het niet te doen. Voordat we een hapje gaan eten, nemen we een afzakkertje voor de camper. Vanavond doen we de Bosnische cultuur eer aan. Het zijn echte carnivoren; dat beseffen we des te meer als we onze mixed grill voor twee krijgen. Amai!

Goboony Guus en Sandra Bosnië mixed grill

De catacomben staan nog op ons lijstje, voordat we Jajce achter ons laten. Op weg er naartoe, worden we trouw gevolgd door twee zwerfhonden. De ‘blonde’ is het meest trouw. We noemen hem/haar Bello. Het is een uitdaging om ervoor te zorgen dat deze luizenbol niet tegen ons aan hangt of met zijn natte snoet een afdruk maakt op onze benen. Ons vooruitzicht is goed, want in de catacomben mogen geen honden. Dan zijn we er vast vanaf.
Helaas vallen de catacomben tegen en is het heel klein, dus Bello ligt nog rustig te wachten als we weer naar buiten komen. We doen nog een rondje Jajce, Bello loop ‘gezellig’ mee. Opeens slaan er zeven honden aan en stormen op ons af. Ai, dit is duidelijk niet het territorium van Bello. Ons voordeel; wij zijn verlost. Via het park lopen we terug naar de camping. Op naar Sarajevo.

Goboony Guus en Sandra Bosnië hondjes

We stellen de Garmin in. Bij het tankstation de honger van de ‘Hummer’ stillen en dan echt vooruit. Hij stuurt ons een weg in waar wij onze twijfels over hebben. 10% stijging… de weg wordt alsmaar smaller… Voor de zekerheid bekijken we de landkaart. Inderdaad, dit is een binnen-binnenweg in plaats van een gewone binnenweg. We draaien om, pakken de route richting Donji Vakuf en Zenica. We vallen in herhaling, maar Bosnië is heel mooi. Wat een natuur! Toerisme is er wel, maar nauwelijks. Persoonlijk vinden wij het heerlijk als we zo min mogelijk gele kentekens tegen komen. Bosnië heeft genoeg in huis om toeristen te trekken. Een aandachtspunt: alle zwerfvuil. Dat doet echt afbreuk aan alle moois van moeder natuur. De struiken langs de rivieren hangen vol met rotzooi. En niet een beetje ook. Regelmatig worden parkeerplaatsen gebruikt als stortplaats. Wij zeggen: verbeterpuntje.

Goboony Guus en Sandra Bosnië afval

Even later zien we een autohandelaar. Oude Zastava’s (vroeger dé auto van de Balkan = fiat 500 kloon), Volkswagen Kever en Volkswagen Transporter busjes. In de ankers; tijd voor een kiekje. Ondertussen komt de eigenaar naar ons toe om een praatje te maken. Hij heeft alles in de verkoop staan, ook zijn bedrijf en huis. Hij wil weg en ‘terug’ naar Duitsland. Daar is het volgens hem veel beter.

We rijden over een mooie binnenweg. Niet voor niets in het groen aangegeven op de landkaart. Op deze route rijdt veel vrachtverkeer. Het is de enige verbinding richting Sarajevo. Veel keus qua weg is er niet in Bosnië, wil je er zeker van zijn dat je niet over mijnen rijdt. Menig vrachtwagenchauffeur rijdt deze bergpas liever niet. Wij genieten er volop van.

Goboony Guus en Sandra Bosnië VW auto's

Sarajevo here we come

In de voorstad van Sarajevo doemen de flats en woonblokken op. Volgens ons hoeven deze mensen geen stroom in huis te hebben. Met de stroomcentrale pal voor je deur, vang je waarschijnlijk genoeg straling op. De camping die we op het oog hebben, ligt op een berg. We zijn benieuwd waar we terecht komen en de Garmin ook. Die is er blijkbaar niet zeker van of de weg naar boven wel geschikt is voor campers. In eerste instantie rijden we de ingang voorbij. Even doorrijden om te keren. Niet heel makkelijk op deze smalle weg. We rijden terug. Eerst de camping weer voorbij, want haaks draaien kunnen we hier niet. Stukje omhoog weer… waar de campinghouder al naar ons zwaait. Hij houdt het goed in de gaten. Helemaal vooraan mogen we de camper parkeren. Het lijkt wel een privé eiland, met eerste rang uitzicht over de stad. Deze plek is top! Net als het sanitair blijkt later. Heel ruim en schoon. Dat hebben we al eens anders gezien in Bosnië. De eigenaar van camping Zlatista heeft een oude Audi 80L. Een opknappertje uit ’73. Dat verklaart de schoonheid: Guus en de Audi, beide beauty’s uit ’73!

Goboony Guus en Sandra Bosnië centraleGoboony Guus en Sandra Bosnië uitzicht op sarajevo

Vanaf de camping kunnen we te voet naar het centrum. Eerste weg rechts en alsmaar rechtdoor. Na een half uur steil bergaf lopen, komen we in het hart van de stad uit. Onderweg komen we van alles tegen, zo lopen we langs een van de vele moslim begraafplaatsen. We zijn er tig tegengekomen. Nu is het tijd om deze eens van dichtbij te bewonderen. Meestal zijn het enorme begraafplaatsen, die je van veraf ziet liggen. Door alle witte ‘zuilen’ oogt het als een wit vlak in het berglandschap. Een man heeft zijn eigen meubelspuiterij. Geen mondkapje, geen afzuiging of high tech loods. Gewoon op straat. De garage dient als werkplaats. Al voordat we in het centrum zijn. zien we verschillende huizen met kogelgaten. Hier wordt de oorlog van ’92-’95 voor ons zichtbaar.

Goboony Guus en Sandra Bosnië graf - meubelmaker - kogelgaten

Gokje wagen

Het is zomers warm vandaag, 29°C. Tijd voor een break. In de bazaar wagen we ons aan een Tulumba. Een typisch Bosnisch gebakje. Bij de vraag: ‘Waar smaakt het naar?’, is het antwoord: ‘Taste it!’ Onze omschrijving: een mengelmoes van een oliebol en pannenkoek, met een krokant jasje. Het is vooral heel vet(tig) en zoet. Bosniërs zijn zoetekauwen. In alles zit of gooien ze suiker (zelfs in sinas, doen mensen nog 1 of 2 zakjes suiker). Waar ze ook dol op zijn is zout. Beide krijg je in grootverpakking in de winkel. Als je niet uitkijkt worden je nieren verfrommeld en stijgt je suikerspiegel hier in 1 dag, zodat je er 10 dagen op kunt teren.

We gaan de stad eerst zelf verkennen om aan het einde van de middag een stadswandeling te maken met een local via Insider. De tour is gratis, maar je mag de gids na afloop een tip geven. Dit kunnen ze wel gebruiken overigens. Gemiddeld verdient een Bosniër 500KM = €250,- per maand. Ook al is het leven hier goedkoper, 500KM is allesbehalve een loon om goed van rond te komen. Misschien komt daar de behoefte vandaan om regelmatig een gokje te wagen. Op iedere hoek van de straat, staan meerdere kraampjes waar je loten kunt kopen van de superbingo, luckybingo, tvbingo etc.

Goboony Guus en Sandra Bosnië tulumbaGoboony Guus en Sandra Bosnië Gokken

Sarajevo likt zijn wonden

De stad ligt er nu weer mooi bij over het algemeen. Bijna alles moest na de oorlog opnieuw gebouwd worden. Gek genoeg is de bazaar en de kathedraal nog origineel. Voor de rest is alles een replica van hoe het ooit was. Pas in 2014 is de Nationale Bibliotheek herbouwd en vorig jaar (2018) is de kabelbaan herstelt die je naar de oude Olympische bobbaan brengt. De kabelbaan is mede tot stand gekomen door een donatie van een Nederlander die in Amerika woont en getrouwd is met een vrouw uit Sarajevo. Bijna 25 jaar later likt de stad nog steeds zijn wonden.

Op een aantal plekken in de stad is een ‘roos’ zichtbaar op de grond. De Bosniërs noemen het rozen. In werkelijkheid zijn het plekken waar granaten zijn ingeslagen en waar veel slachtoffers zijn gevallen. De schade aan de grond is rood geschilderd waardoor het een ‘roos’ lijkt. Veel mensen hebben door de oorlog een beperking gekregen. In heel Bosnië heb je een zwaar leven als je beperkt bent. Er zijn weinig voorzieningen. De wegen en stoepen zijn onbegaanbaar.

Een neef van een Bosnische vrouw die we spreken, zit door de oorlog in een rolstoel. Het is voor hem onmogelijk om in het centrum te komen en als hem dat zou lukken, is het centrum niet door te komen door alle ongelijke stoepen en wegen, zonder fatsoenlijke overgang. De neef van de vrouw wil het centrum graag nog eens bezoeken, maar het kan gewoon niet. Triest, maar voor veel mensen hier de keiharde waarheid.

Goboony Guus en Sandra Bosnië bieb - rozenGoboony Guus en Sandra Bosnië bazaar

Sarajevo is een bijzonder gemoedelijke stad. En wat zeker zo bijzonder is, is dat er binnen 500 meter in het centrum vier geloven zijn met ieder hun eigen gebedshuis: katholiek, orthodox, islam en joods. Alles gaat hier door en met elkaar en zó relaxed. Heel mooi om dat te ervaren. Na een lange dag, nemen we een taxi terug naar de camping. Voor slechts vier euro gaan wij die berg echt niet op lopen. Als de avond valt, genieten we wederom van het prachtige uitzicht over de stad. Morgen met frisse energie Sarajevo verder ontdekken.

Goboony Guus en Sandra Bosnië uitzicht by night
 

Volgende keer: het vervolg van Sarajevo en reizen we verder door Bosnië.